Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitgaven voor Hooger Onderwijs en Wetenschap onder de niet strikt noodige worden gerangschikt en zal daardoor aan de Wetenschap een gevoelige slag worden toegebracht?

Dit is een vraag, die voor *>ns land en voor onze be* schaving van het allergrootste gewicht is; aan deze vraag zullen we een reeks artikelen wijden en trachten een ant* woord er op te vinden.

Ongegrond is de vrees, dat geldgebrek het peil van ons Hooger Onderwijs zou kunnen verlagen, geenszins. Men behoeft slechts een blik te slaan op de toestanden in Duitschland, Oostenrijk Hongarije en andere landen, om te begrijpen, hoe door geldgebrek in enkele jaren een zeer sterke daling van het wetenschappelijk niveau kan plaats vinden.

Aangezien de Natuurwetenschappen — wijl de studie hiervan veelal aan laboratoria, instituten en klinieken ge* bonden is — het meeste geld kosten, zal zich daar de nadeelige invloed van gebrek aan geld het eerst doen gel* den. Dat is de reden, waarom wij ons bij de bestudeering van dit vraagstuk voorloopig tot de Natuurwetenschappen zullen beperken. *

Tot 1914 namen Duitschland en Oostenrijk en vooral dit eerste land een leidende positie in op velerlei gebied, en in de jaren die nu achter ons liggen, heeft het die positie verloren. In plaats van goed uitgeruste laboratoria, uitste* kend ingerichte klinieken, vindt men thans slecht ingerichte laboratoria en klinieken waar soms de allernoodzakelijkste zaken ontbreken. In plaats van een groote schaar van hoog* leeraren, privaatdocenten, assistenten, studenten, die onver* moeid en met de grootste toewijding en ijver werkten en werkten en werkten, vindt men thans, ja ongetwijfeld nog tal van geleerden, die met bewonderenswaardige volharding en nog meer onvermoeid en met nog meer toewijding dan vroeger werken, maar die niet het vierde deel kunnen volbrengen van wat zij vroeger deden. Maar wat men daar* naast mist, dat is de „Nachwuchs".

Zij, die den goeden tijd gekend hebben, die al een groote hoogte bereikt hadden vóór de catastrophe kwam, kunnen zich nog eenigen ti^d staande houden. Voor de jon* geren, die eenmaal de plaats der anderen zullen moeten in* nemen, is de toestand ellendig.

10

Sluiten