is toegevoegd aan je favorieten.

Rapport van een commissie, ingesteld door de Vereeniging van Nederlandsche gemeenten en den Nationalen Woningraad inzake het hurenprobleem voor arbeiders- en middenstandswoningen van woningbouwvereenigingen en gemeenten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I

DE WIJZE, WAAEOP IN HET ALGEMEEN DE HUTJE VAN" WONINü WI]T -WONINGEN DD3NT TE WOEDEN BEPAALD

De vraag, die in dit hoofdstuk wordt behandeld, is niet nieuw. Ook in ons land heeft zij meermalen tot uitvoerige schriftelijke of mondelinge beschouwingen aanleiding gegeven. Wij herinneren in dit verband slechts aan de bekende debatten en polemieken over de z.g. huurprijsclausule, onmiddelbjk na de totstandkoming van de Woningwet.

Toch bestaat er een onderscheid tusschen de wijze, waarop deze vraag in het algemeen tot dusverre is behandeld en die, waarop onze commissie dit heeft gemeend te moeten doen. Tot dusverre speelde bij de wijze, waarop deze vraag werd beantwoord, steeds een rol de wenschelijkheid om aan zekere personen, die, afgescheiden van crisisomstandigheden, op grond van hunne finanoiëeJe draagkracht niet in staat waren een woning te huren, die aan miiiimum-eischen voldeed, daartoe in staat te stellen door verhuring van woningen beneden de prijzen, die men anders daarvoor zou vragen.

Onze commissie heeft gemeend op gronden, die in hoofdstuk m uitvoerig worden uiteengezet, deze woningsteunverleening, waarvan de wenschelijkheid in een aantal gevallen door haar niet wordtontkend, van den huurprijs der woningen geheel los te moeten maken.

Ten opzichte nu van de vraag, tegen welken prijs de woningen Kostprijs of moeten worden verhuurd, kunnen twee uiterste standpunten marktprijs ?

worden ingenomen, n.1.:

1°. verhuring, onder alle omstandigheden, tegen den kostprijs, d.w.z. tegen een bedrag, gelijk aan de uitgaven voor rente en aflossing der stichtingskosten en voor de instandhouding der woningen;