Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sterk te maken, werkt juist verzwakkend ten opzichte van het Parlement want het tracht aan het Parlement een stuk van zijn verantwoordelijkheid te ontnemen door de taak van het Parlement over te dragen aan een instituut, dat ik voor een geregelden wetgevenden arbeid nu eenmaal niet aangewezen acht. Het zou anders zijn, als er een werkelijke volksbeweging voor het referendum bestond. Daarvan echter is geen sprake en ik heb ook niet bemerkt, dat degenen, o. a. de vrijzinnig-democraten en anderen die het volksreferendum hadden willen invoeren, zelfs maar eenige moeite hebben gedaan om buiten de Kamer een beweging ten gunste van de invoering daarvan te ontketenen.

Het referendum is erg geschikt om achterlijke en egoïstische elementen uit het volk er in te doen slagen, de wetgeving op te houden, of misschien zelfs op een bepaald punt te bederven. Maar gezien ook de ondervinding, die zoowel in de Engelsche als in de Hollandsche vakbeweging met het referendum is opgedaan, moet ik ontkennen, dat in een dergelijke instelling een verbetering van de positie van het Parlement zou kunnen gelegen zijn.

HOE VERBETERING?

Ik kom nu tot de belangrijke vraag: wanneer dan het tegenwoordige Parlement niet voldoet aan de eischen, die wij er aan mogen stellen, hoe is dan te verkrijgen een daadkrachtig, op de eischen van den tegenwoordigen tijd berekend Parlement? Een levensvraag, naar mij voorkomt, voor de geleidelijke ontwikkeling der Nederlandsche politiek, een vraag, die met den noodigen ernst onder de oogen moet worden gezien, daar straks de Nederlandsche kiezer weer in de gelegenheid is, om een dergelijk Parlement tot stand te brengen.

Brengen de aanstaande verkiezingen ons niet een beter samengesteld Parlement, ik bedoel nu niet de personen, maar een Parlement, berustend op betere grondslagen, en een partijgroepeering, waarbij de verschillende eensqezinde groepen elkaar op een beteren grondslag kunnen naderen, dan brengen zij ons ook geen betere Regeering, die uit dat Parlement ten slotte zal moeten voortkomen. Als wij op het oogenblik hier zittent in het moeras, dan zou die toestand na de verkiezingen worden bestendigd.

Er is heel veel critiek in verschillende kringen der bevolking, hetzij op sommige groepen hier, hetzij op de Kamer als geheel. Die critiek overschrijdt wel eens de grenzen van het geoorloofde. Maar voor zoover ze geoorloofd is, zal iedere kiezer, die critiek uitoefent, die zelf misschien het slachtoffer geworden is van de verkeerde houding dezer Kamer, ernstig moeten overwegen, wat hij zal doen, als hij geroepen wordt om het nieuwe Parlement mede op te bouwen, om te zorgen, dat hij straks met van hetzelfde euvel weer zelf de dupe wordt.

EEN KRISIS.

Zooals de toestand nu is, meen ik, dat wij feitelijk in een krisis yerkeeren Het geloof in de politieke leiders neemt zichtbaar af. Het geloot in de Regeering en de Kamer is verbazend geschokt. De heer Braat sprak straks over de vergadering van onderofficieren. Wat daar gesproken is, grenst aan het ongelooflijke van die zijde en toont, hoe in die kringen a/Ze geloof en vertrouwen in Reoeering en Kamer is verdwenen. Als daar

10

Sluiten