Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

§ 9. Kruisende lijnen.

Twee rechten, die in hetzelfde vlak liggen, zijn evenwijdig of snijden elkaar (Planimetrie). Er is in de ruimte evenwel nog een andere stand van twee lijnen mogelijk, (zie fig. 5).

De lijn AB ligt in 't vlak V, terwijl CD dat vlak in P (buiten AB gelegen) snijdt. Deze twee lijnen hebben geen enkel punt gemeen, 't zijn immers geen snijdende lijnen en ook zijn ze niet evenwijdig, want er kan geen plat vlak door gebracht worden. Zulke lijnen noemt men kruisende lijnen.

Definitie. Kruisende lijnen zijn lijnen, waardoor geen plat vlak gebracht kan worden.

Omdat kruisende lijnen elkaar niet snijden, vormen ze dus ook geen hoek. Toch spreekt men van den hoek van twee kruisende lijnen en daaronder verstaat men dan den hoek, die gevormd wordt door een der lijnen en een andere, die door een punt der eerste evenwijdig aan de tweede getrokken wordt, (zie fig. 5, /_ P).

Zoo zullen dus twee lijnen elkaar loodrecht kruisen, als een der twee lijnen en een lijn door 'n punt der eerste evenwijdig aan de tweede getrokken, loodrecht op elkaar staan (b.v. een der staande ribben aan het voorvlak van een kubus en een der liggende ribben aan het ach ter vlak).

Fig. 5.

Sluiten