Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

Dan is er nog een pseudo-occultisme, waarin inderdaad veel te vinden is, dat de nalatenschap der middeleeuwen genoemd kan worden. Men is hier op het terrein der "verkeerde wijsgeerigheid" d.i. nieuwsgierigheid, om in de taal van prof. Bolland, te spreken. Occulte kunsten, noemt Mevrouw Blavatsky alles, wat zich aandient als: waarzeggerij, handlezen}, kaartleggen, hypnotisme, mesmerisme, ceremoniêele magie, sterrenwichelarij, doodenoproeping, fakirkunsten enz. Sommige daaronder kunnen nuttig zijn, andere onschadelijk, weer andere in hooge mate gevaarlijk. Waar de psychanalyse op grond van populaire uiteenzettingen aanleiding geeft aan onbevoegden zich bezig te houden met de "Wandlungen der Libido", daar zou men zich af kunnen vragen, of ook hierbij niet veel pseudo-occultisme aanwezig is. Mevrouw Besant spreekt in haar werk: "Een Studie over het Bewustzijn" over de rommelkamer van het verleden. Zou het openmaken van de deur van die kamer wel leiden naar den koninklijken weg, de "via rhea" om in de taal te blijven van de psychanalisten, die ons brengt naar de psyche van den mensch?

De mystieke bewustzijnstoestand is de directe gemeenschap met het ongeziene, de aanraking met een onzichtbare werkelijkheid, het binnengaan in de werelden achter den sluier. Aldus Mevrouw Besant. De Mysticus tracht het eene te zien, waardoor hij het vele kent. Hij ontvouwt den menschelijken geest tot een zelfbewuste vereeniging met God. Ook dit is een richting van het bewustzijn, de tweede, waarvan ik in den aanvang schreef.

Prof. Brouwer geeft een omschrijving van mystiek op de volgende wijze: "de mystiek ontkent het positieve in het afgeronde leven zonder rekenschap en spiegelt het eindeloos emaneerende en resorbeerende Zelf in vreemd beeldende klanken". "Zuivere mystiek is voor het intellect zinloos en staat buiten het verstandsleven". Tracht de mystiek het positieve in het afgeronde leven, of het Leven zelf te brengen tot begrenzingen, dan houdt zij op mystiek te zijn; ze gaat over in haar "verkeering", ze wordt verstandelijkheid. Hieruit is het te verklaren, dat vaak wetenschapsmenschen den Mysticus niet au sérieux nemen. Zij vinden mystiek niet van belang. Waar echter de Mysticus u»eef op punten, waar anderen gelooven, en hij dus de hulp van een priester kan ontberen, wordt hij bij het godsdienstig gezag wel als een gevaar beschouwd.

Toch zou men moeten erkennnen, dat ook in de wetenschap vaak

Sluiten