is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis van het Amsterdamsche Regentenpatriciaat

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reeds jaren geleden werd mij van verschillende zijden gewezen op de wenschelijkheid om de Inleiding op mijn „Vroedschap van Amsterdam" afzonderlijk uit te geven. Ik ben toen op deze aansporingen niet ingegaan. Immers ik kon er aan den eenen kant niet toe besluiten door een onveranderden herdruk van dit eerstelingswerk de feilen, aan zulk een nog niet volkomen rijpe pennevrucht eigen, te bestendigen, terwijl ik er aan den anderen kant tegen opzag een geestesproduct van twintig jaren her om te werken: ook omdat ik vreesde, dat de frischheid ervan onder deze bewerking zou kunnen lijden.

Maar na het verwerven van den doctorstitel.mij in December 1922 door den Senaat van de Amsterdamsche Universiteit toegekend, voelde ik levendig de verphchting mijn hooggeachten Promotor anders dan alleen met woorden, namelijk metterdaad, mijn dank te betuigen. Hoe kon ik dit beter doen dan door het vervullen van wat ik wist een wensch van Zijn Hooggeleerde te zijn, te weten een nieuwe afzonderlijke uitgave van mijn Inleiding?

Toen ik er mij dan toe zette, bleek deze voor de helft zoo goed als ongewijzigd te kunnen blijven; de andere (eerste) helft werkte ik geheel om. Het resultaat van dezen arbeid draag ik hierbij aan Prof.Dr. H. Brugmans, den uitnemenden kenner van Amsterdam's verleden, met gevoelens van oprechte erkentelijkheid en hoogachting op.

Zeist, Juli 1923

JOHAN E. E.