Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 2

4

Huwelijkstractaat.

selijk verklaart, ofschoon de voorwaarde der toepassing van dit geheele artikel, nl. het bestaan „eener wet betreffende het huwelijk van vreemdelingen" in Nederland niet vervuld is;

c. art. 7 van het Tractaat van 24 Juli 1903 (Stbl. no. 232), dat uitsluitend spreekt over de erkenning van een door een bevoegden rechter in het leven geroepen staat der personen, heeft uitgebreid tot erkenning van de geheele beslissing door dien rechter gewezen; t *

d. een vonnis van een buitenlandschen rechter beschouwt als een „rechterlijk vonnis met de kracht van overtuigingsstuk", d.w.z. als res judicata, waartegen geen bewijs kan worden toegelaten;

Ten aanzien van het eerste middel .... enz.;

Ten aanzien van het tweede middel sub a en b:

O. dat blijkens 's Hofs arrest en het vonnis der Rechtbank te Amsterdam van 4 Mei 1906, waarvan de overwegingen voor wat de feiten en het gevoerd geding aangaat in het arrest zijn overgenomen, de eischers in cassatie den verweerder hebben gedagvaard ten. einde te hooren bevelen de opheffing van de door dezen gedane stuiting van de tusschen eischers voorgenomen huwelijksvoltrekking, en het Hof, bekrachtigende voormeld vonnis, de grief van appellanten daartegen, als zouden zij ten onrechte niet-ontvankeUjk zijn verklaard in hunne vordering heeft verworpen;

dat verder door die beslissingen vaststaat, dat beide te Amsterdam wonende eischers zijn Duitschers, en wel de eischeres eene Gotha'sche en de eischer een Sakser, dat het huwelijk van de eischeres met F. W. door echtscheiding is ontbonden en dat, blijkens overgelegde bewijsstukken, de beide regeeringen van voornoemde Staten hebben verklaard, dat er geen bezwaren bestaan tegen het huwelijk der eischers met elkander, zoodat hun daardoor de in § 1312 B. W. voor het Duitsche Rijk omschreven dispensatie is verleend;

O. dat het O. M. zich verplicht heeft geacht op grond van art. 120 B. W. het voorgenomen huwelijk der eischers te stuiten, omdat art. 89 B. W. verbiedt aan een persoon, die bij rechterlijk vonnis van overspel is overtuigd, met den medeplichtige aan dat overspel in het huwelijk te treden, maar dat eischers zich beroepen op het Tractaat tot regeling der wetsconnicten met betrekking tot het huwelijk in het middel vermeld, waaruit zoude voortvloeien, dat, nu volgens de wet van de nationaliteit der eischers, er geene bezwaren waren om het huwelijk met elkander te voltrekken, de wet van de plaats waar het moest voltrokken worden te dezen opzichte buiten invloed moest blijven;

O. dat, nadat art. 1 van het Tractaat heeft bepaald, dat de bevoegdheid om een huwelijk aan te gaan beheerscht wordt door de nationale wet. van ieder der aanstaande echtgenooten, art. 2 inhoudt, dat de wet, geldende ter plaatse der huwelijksvoltrekking, het huwelijk van vreemdelingen kan verbieden, dat strijdig zou zijn met bepalingen dier wet nopens:

Sluiten