Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

eeuwigheid. Dat zgn de eenvoudigste oplossingen van het moeilijke vraagstuk. Het eene Üd van de tegenstelling is willekeurig buiten beschouwing gelaten, zijn bestaan zelfs ontkend. De motieven die daartoe hebben geleid, mogen wij niet miskennen. Waar de moeilijkheden niet alleen erkend maar ook ondervonden zjjn, daar is de eenvoudige oplossing misschien de allermoeilijkste. Zij beteekent een heroïsche houding tegenover het probleem. De menschheid heeft zich echter niet neer kunnen leggen bij het geloof in zoo'n vereenvoudigde werkelijkheid. Wat de geschiedenis leert komt met de ervaring van het individu overeen: het mysterie van leven en dood heeft een prikkel, die den mensch van de eene naar de andere oplossing jaagt en dubbelzinnige antwoorden afdwingt.

Wanneer wij nu willen trachten enkele van de gedachten en gevoelens na te gaan, die de houding der oude cultuurvolken tegenover dit groote vraagstuk gekenmerkt hebben, dan valt eerst op te merken, dat volgens oud godsdienstig spraakgebruik de begrippen leven en dood niet alleen toegepast werden op menschen en andere sterfelijke wezens, maar ook op cosmische verschijnselen. Godsdienstig beschouwd is de natuur, evenals de mensch, aan de wet van leven en dood onderworpen. Maar ofschoon hier dezelfde woorden gebruikt werden, was de beteekenis dikwijls verschillend. De schepping bestond uit twee groepen: menschen en alle overige dingen; over beide heerschen leven en dood, maar niet op dezelfde wijze. De voorstelling, dat het cosmische leven, ondanks alle vergankelijkheid, eeuwig is, vond in den godsdienst en de philosophie der Ouden weinig of geen tegenspraak. Het wereldleven was het leven van god, eeuwig onder alle vergankelijkheid. In den regel stelden zij zich dan de vergankelijkheid, den dood, voor als een moment in het goddelijke leven. En zij voegden hieraan toe: geen minder wezenhjk of ondergeschikt moment;

Sluiten