is toegevoegd aan je favorieten.

Plutarchus' Levensbeschrijvingen van Alexander (den Groote) en Cajus (Julius) Caesar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII

VOORREDE

drie- of meerlettergrepige eigennaam voorkomt, — bij twee-lettergrepige valt de klemtoon steeds op de eerste, — heb ik in mijn v e r t a 1 i ng x) tusschen den klinker, die den klemtoon heeft, en de daarop volgende letter een accent (') geplaatst; dus heeft b.v. Ma'rius den klemtoon op Ma, Dari'us echter op ri; hen die, wanneer dé naam nogmaals voorkomt, daaromtrent in twijfel vefkeeren, verwijs ik naar de achteraan geplaatste lijst.

Ten slotte nog ééne opmerking. Allen, die een vreemde, voor de Grieken onverstaanbare taal spraken, werden door dezen bestempeld met den naam barbaren, d.w.z. menschen, wier woorden klonken als bar-bar. Natuurlijk wijzigde zich door den tijd de beteekenis van dat woord. Ik heb het dus naar gelang van den zin vertaald door vreemdelingen, Niet-Grieken, Perzen en barbaren,

DE VERTALER.

Amsterdam, 1924.

1) Dus niet in deze voorrede.