Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schaduw, purper en blauw, schuift met zijn blokken mee voort over den blonden weg. Hij denkt aan de droogte, die aanhoudt, kijkt de staalharde lucht in, en zucht tot zijn eigen:

,,Wa' wild'er on doen!"

En Free peutert maar voort met zijn verf.

Rond hem schateren de bloemen hun kleurfestijn, snappen, snateren en tieren muziek van kleuren los, kakelen en kwetteren lijk zotte musschen ondereen, kunnen hun vreugde niet baas en schateren maar, hoe luider hoe liever.

Free zijn oogen zijn half toegenepen tegen het schelle licht. Zijn kop is één glinstering van zweet. Maar hij kan niet ophouden, vandaag; het joelt door zijn bloed van scheppingsdrang; hij snakt van de deugd en smijt de kleuren neer, niets van de wereld meer wetend dan nog alleen de diepe, zalige schoonheid van zijn ontroering.

Al enkele dagen komt hij hier, bij zijn vrienden, in dezen hof vol bloemen, die op zijn schilderij één uitgebralde jubeling worden van niet-te-houden levensgeluk.

Achter hem staat Dolf, 'n pijp paffend, met een lach van roode appelen over zijn bol gezicht, smekkend en genietend van het

2

Sluiten