is toegevoegd aan uw favorieten.

De dijk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het eenige raampje, zoodat er een flauwe schemering in het hutje heerscht, waar alleen enkele stralen door de deurkieren lichtvlekken in werpen.

Achter het rieten schut, dat het woongedeelte van de werkplaats scheidt, neemt ze plaats op een houten bankje, terwijl Jahoua, tegen een laag kastje geleund, staande wacht op wat ze zal onthullen.

Zwijgend neemt ze een das, die Jaboua haar toereikt, in de hand. Hij had die van de kleeren van mijnheer Van Vaerendonck achtergehouden, welke bij hem in huis gekomen waren na het redden der wiervisschers.

Vrouw Bréhan lei de das op haar voorhoofd, zuchtte en vertrok het gezicht, of ze krampaandoeningen kreeg.

Ze bleef zwijgen, maar zuchtte dieper, vertrok oogen en gelaatsspieren nog vreemder, bewoog het bovenlijf en de armen nerveus en bleef eindelijk stil zitten, de oogen gesloten of ze sliep.

De oude boer voelde zich in het stille schemerduister als in de tegenwoordigheid van booze machten.

Hij werd angstig, al had hij de vertooning meer bijgewoond. Want heimelijk geloofde hij, dat de duivel haar nu bezat en straks door haar mond de toekomst zou onthullen.

Nog eens zuchtte ze diep en sprak toen zacht:

27

21