is toegevoegd aan uw favorieten.

De dijk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heen bij den haard zitten, alsof hij iemand wachtte. Nieuwsgierig bleef ze wakker liggen, en spoedig kwam er een lange, magere man, in gescheurde kleeren binnen. Zijn zwarte haren hingen tot over zijn schouders, 't Was Iöan, de wilde stranddief, die anders nooit een woning binnen trad, en dien ze vaak in de duinen ontmoet had, zijn lange haak over den schouder en dwalend langs het strand, of de zee ook iets van zijn gading had aangespoeld. Hij woonde bij een kreek in een hol, dat hij overdekt had met een dak van graszoden, en ieder, behalve zij, bleef angstig uit zijn buurt. Want hij was ook een kind van Onz' Lieven Heer, en ze zagen elkaar veel in de duinen.

Als eenigen groet stiet hij een gekrijsch uit als van een meeuw, en zette zich op een bank neer, zoo, dat Mariïc hem juist in het gelaat kon zien. Eerst schrok ze van zijn ruige gezicht, met de fonkelende diep-liggende oogen: hier bij het lamplicht leek hij veel woester dan in de wilde natuur. Maar spoedig trok het ontembare in de uitdrukking van zijn bruin gelaat haar aan, en ze zou hem willen liefkoozen, zooals ze de ondeugendste bandrekels aandorst en op den kop streek tot ze kwispelstaartten. Als ze het om Jahoua niet gelaten had, zou ze opgesprongen zijn en zich naast hem gesteld, hem 44

44