is toegevoegd aan uw favorieten.

De dijk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heden moeten opofferen. Al gaf het hun nog zooveel voordeden, zij zouden zich altijd vreemd tegenover het geheel blijven gevoelen, zelfs eenigszins vijandig. Kijk maar eens naar hun huizen.

Die zijn uitgebreid genoeg van grondslag en massief, maar altijd even primitief ingericht en dompig. Dompig zijn ook de mannen. De boer hier kan zich heusch niet verheffen boven zijn eeuwenoude tradities ..."

„En toch wil ik trachten, de baai zoo te exploiteeren, dat ze moeten stijgen, dat ze langzaam, langzaam aan zich gewennen aan zindelijkheid, aan het gebruik van betere werktuigen, aan beter bemesting, meer oordeelkundige beplanting, betere zuivelbereiding, het fokken van geschikt vee..."

De pastoor schudde ongeloovig het hoofd en glimlachte: „Dat is weer de koppige Sakser, die den dijk zelfs voor de tweede maal opbouwde.

Ik ken mijn volkje, maar ik heb ook eerbied leeren krijgen voor den onverzettelijken wil van den Sakser."

„Hollander, bedoelt u," verbeterde de ingenieur. Met een schouderophalen, of hij zeggen wilde, dat het allebei een was, allebei even kettersch, zag de pastoor hem aan en zei: „U doet me levendig denken aan den barmhartigen Samaritaan 116

L16