is toegevoegd aan uw favorieten.

De dijk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En daar worstelde de boot, hoog en laag, soms met de riemen aan den eenen kant in de lucht, soms snel vooruitschietend, en dan weer door hooge schuimzeeën teruggeslagen en halfvol gehoosd. Wat vorderde het vaartuig langzaam. Zou het ooit de ongelukkigen bereiken?

Daar schoot de boot den Kurnic om, zeker in den stroom.

Van Vaerendonck snelde den Kurnic op. De schemering was wat opgeklaard. En daar zag hij ze in het want hangen. Hoeveel nog maar van de heele bemanning! De zeeën sloegen tegen het wrak, dat ze met woeste waterhoozen tot de masttoppen opspatten, donderend den romp uit elkaar dreigden te rukken en de menschen uit het want te sleuren. Bij elke zee nieuw gehuil, 't Was vreeselijk, daar werkeloos op de kust te staan, net als die heele menigte hier, die nu en dan eens meekermde en huiverde als bij een sensatie-vertooning.

Nog steeds schoot de boot niet op, en scheen in dolle draaikolken rond te tollen en niets te kunnen, dan zich af te houden van de zwarte monsterblokken, die op haar ondergang loerden. Het kleine ding dobberde hoog en zonk diep weg, haast loodrecht met den voorsteven naar beneden, al golvend als een dolfijn. 140

140