is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de tropenzon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Zou wel overgaan, dacht-ie. Hij rilde van de koorts. Buurloo schrok ervan zoo wit zag de eerste.

— Bent u al bij de ouwe geweest? Ik zou maar gauw in de kooi kruipen, ried bij.

— Ja, ik ga opliggen, zei Pons mat. Ik voel me zoo ziek als 'n hond. Zeg Buurloo, loop jij de zieken-vooruit voor me na? 't Was gisteren nog al raak. Komt van die vervloekte temperatuur. En de bootsman is met z'n volk bezig om...

— Allright, stuurman, viel Bert in de rede. Kruipt u der nou maar in. De rest komt dik in orde.

Bert ging den ouwe waarschuwen. Kapitein Bakker was net uit z'n hut gekomen, stond pufferig-blazend op het brugdek onder de zonnetent, turend over de zwartblauwe zee, waarboven heel in de verte een tegenkoersende boot fantastisch-groot opdoemde als 'n grijsachtig blok met donkerder rookpluim erboven geknikt.

— Goeie morgen, kap'tein, groette Buurloo.

— Móge Buurloo, móge! Verduiveld wat is 't panas, niet?

— Jawel. De Rooie Zee zal ons heugen van de reis. De eerste is gaan opliggen; Koorts.

— Zooo? Da's z'n ouwe kwaal. Malaria. Doorgaans krijgt-ie 'n aanval als we in de warmte komen. Moet-ie maar flink kinine slikken, 't Duurt nooit lang bij 'em. Laten we e's gaan kijken.

Kapitein Bakker kon er evenmin wat aan doen. Maar goedhartig als-ie was, ging hij onmiddellijk mee met Buurloo naar de hut van den eersten officier. Al was 't er snikheet onder het lage dek, lag Pons toch in de smalle kooi onder een deken te klappertanden.

— Hoeveel graden? fluisterde de kapitein, een medelijdenden trek op z'n vollen, rooden kop.

— Veertig-vier, zei Buurloo, aflezend in het licht van de patrijspoort.

— H'm, uitzieken. En volop kinine. Gerust driemaal daags vier pilletjes. Laat de hofmeester wat sinaasappels en 'n flesch port ophalen uit 't magazijn.

25

25