is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de tropenzon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze stonden in de midscheeps onder de galgen, kapitein, eerste machinist, Pons en Buurloo. 's Nachts waren ze Perim gepasseerd, hadden er met de morselamp voor rapport geseind. Hier in de Golf van Aden liep het schip beter, elf mijl per uur volgens de log. Er woei een frissche Z.Z.W. koelte. De lucht was overdekt, de kim wazig.

— Verleden jaar deez' tijd was ik ook op deze hoogte, zei de kapitein. Thuisvarend.

— Met welk schip, kapitein? vroeg de eerste officier, die al een paar jaar achtereen op de „Naardermeer" voer.

— Met de „Brasemermeer."

— Heeft u die reis niet 'n stuk of wat drenkelingen opgepikt in de Rooie Zee? vroeg Buurloo.

— Ja, dat was die reis.

— Drenkelingen? vroeg de eerste machinist.

— Ja dat was zóó. Om vier uur waren we Perim gepasseerd, en de nacht daarop stond er 'n stormachtige koelte van 't Zuiden, 'n Beetje rauw weer, in ieder geval slecht genoeg voor dat kleine goed dat daar in de buurt van de eilanden uit visschen gaat. 's Middags, ik denk zoowat om 'n uur of één, hoorden ze schreeuwen in open zee. Ten minste de derde stuurman die op wacht was hoorde iets, en 'n paar man aan dek hoorden 't ook. Nou was 't, zooals de derde later vertelde, 'n eigenaardig gehoor, 't Was tamelijk goed weer. Er stond nog 'n stijve koelte en er liep hooge deining. Niks in zicht toen-ie 't hoorde. Aan dek was 't niet. 't Scheen zóó uit zee op te komen en 't klonk angstig. Hij keek de roerganger e's an, en die keek hem an. En opeens Zagen ze boven op de deining 'n paar koppen, 'n opgestoken arm en wat wrakhout. Zwarte koppen, nét negers, zei-d-ie meteen, want ze waren geen halve mijl weg. In eens was 't pak-'em-beet, dat snap-je. Alarm gemaakt. Gefloten. Vooruit an dek begonnen ze op de klok te kleppen. In notime allehens an dek. Onderwijl stoppen, roer an boord, bijgedraaid. Toen langzaam terug. Eerst konden we ze niet meer vinden. Maar de vierde officier, die ik in 't kraaiennest op uitkijk had gestuurd, kreeg Ze in de peiling. Boot gestreken tot dicht boven 't water, enden touw

35

35