is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de tropenzon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ik zei ook, dat ze Arabisch spraken, 'n Paar hadden ronde negerkoppen met kroeshaar, platte neus, dikkige lippen. De anderen hadden kromme neuzen en dunnere lippen. Abu had 'n iel baardje. Maar ze waren allemaal donker van vel. Trouwens wat voor ras zullen ze geweest zijn! De heele Rooie Zee langs wonen kruisingen. Hoeveel rassen en naties zitten er niet in de smeltpot langs deze kusten: Arabieren, Bedouïnen, Somali's, Negers, Egyptenaren, Nubiërs, Joden, Grieken, Armeniërs, en wat meer. Eén typisch feit herinner ik me nog goed. Dat was hun hoofdbedekking. Ze hepen met blauwe werkbroeken en afgedankte witte jasjes en piama's van ons, allemaal spullen die ze om 't lijf slobberden. Maar in plaats van pet of hoed had de hofmeester hun elk 'n kopjesdoek gegeven. Hij dacht dat ze daar wel 'n tulband van zouën draaien net als de Britsch-Indiërs of bij wijze van hoofddoek met ooren knoopen, zooals onze Javaansche jongens dat doen. Maar nee, ze legden 'em vierkant om hun voorhoofd, de rest plat over hun hoofd naar achteren en de voorste punten duwden ze er opzij tusschen. Resultaat dat ze koppen kregen alsof ze van 'n Egyptische muurschildering waren afgeloopen: plat van boven en met 'n afhangende neklap.

— Bi heb laatst gelezen, dat langs de Nijl mandjes en aarden kruiken heden ten dage nog precies hetzelfde gemaakt worden als voor vijf-, duizend jaar, zei Pons.

— Neem dan de vorm van 't Latijnzeü, voegde kapitein Bakker erbij, en de bouw van de houten vaartuigen hier in de buurt. Ik stel me voor dat die dhow's en bagala's en hoe ze nog meer heeten mogen, duizend jaar geleden precies zóó gemaakt werden.

Een olieman kwam met 'n boodschap voor den eersten machinist.

— Is 't erg? lachte Pons.

— Nee, gelukkig niet. Maar ik moet toch even naar beneden.

— En ik moet naar de brug, zei kapitein Bakker.

Waarop de heeren zich verspreidden, en de scheeps-dagverdeeling van wacht-na-wacht voortging in stalen discipline, die dag noch nacht verslapping velen kan. Voor dezelfde menschen dezelfde arbeid, op dezelfde uren, dezelfde tijden van rust, ingeluid door den bronzen

37

37