is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de tropenzon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geleden gevaren. Misschien wel de grootste zonderling waarmee ik ooit gevaren heb. Hij was 'n halfbloed. Hij sprak tegen niemand, vertrouwde niemand, en vertrouwde óp niemand. Midden in de nacht (weer 't zelfde waar we 't straks over hadden) scheen-ie wakker te worden, en kwam de brug op om koers te veranderen. Navigeeren deed-ie absoluut alleen. Hij vroeg niks en gaf zoo min mogelijk orders. En nooit had-ie malheur. Ik was derde stuurman bij 'em, hep de Eerste wacht. Op 'n avond kwam-ie om half twaalf boven, 't Licht in z'n hut was allang uit geweest, want hij leefde in afzondering en ging altijd vroeg slapen. Dat-ie zoo onverwachts boven kwam, was niks nieuws. Dat deed-ie meer, zooals ik zei. Porren het-ie zich nooit, 'n wekker bezat-ie niet, maar op tijd wakker worden voor 'n haven of om 'n kaap te ronden dat miste nooit bij 'em. Enfin, die bewuste avond laat-ie opeens twéé streken, zegge twéé, van koers veranderen. Toen wachtte-d-ie nog even tot dé nieuwe koers vóór lag, en verdween zonder boe noch ba. Even later kwam de tweede aflossen. Ik gaf 'em de gis in de kaart, volgens mijn meening. En de nieuwe koerslijn, twee streken de wal van 't vasteland in. (We voeren bewesten Sumatra, moesten binnen de Mentawei-eilanden door). De tweede schudde z'n hoofd e's wijsgeerig. Nou, allright. Zoo-en-zoo sturen, had de ouwe gezegd. Hoe 't zij, de heele nacht zagen ze niki, op de Dagwacht krijgt de eerste 'n kruispeiling van de wal, en-als er 's avonds niet van koers veranderd was, dan waren we bóvenop de Mentawei-eilanden getippeld. En 't was nieuwe maan en 'n overdekte lucht. Gek hè? De Goden van Indië, die over 'em waakten! En mogehjk ook voor 'n deel 's mans buitengemeen scherpe zintuigen. Op twintig mijl afstand rook-ie 'S nachts land. Jawel, als je er boven opzit ruik-je 't allemaal. Daarvoor hoef-je niet eens in Indië te zijn. Kom maar e's op 'n zomermorgen 'n baai waar dennen in de buurt zijn binnenvaren, bijvoorbeeld de Zuid-Engelsche havens, Falmouth of Plymouth. Of 'n Amerikaansche haven. Maar Mijlmans rook 't als er land noch vuren in zicht waren. Ten minste dat beweerde-ie wel e's 'n enkele keer. „Ruik jullie nou niks?", vroeg-ie bij uitzondering. Meestal kwam later uit dat-ie gelijk had. 88

88