is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de tropenzon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen, op 'n nacht, terwijl we ergens in 'n baai lagen (ik meen dat t Padang was) gaat Mijlmans even uit z'n hut. Vijf minuten later komt-ie terug van dek, zoekt in 't donker z'n kooi op (hij had 't licht mtgelaten), en — vindt 'n kris recht-op-en-neer in z'n rolkussen staan. Hij haalde 't ding eruit, en ging verder slapen. Hevige ontsteltenis de volgende morgen dat Koppie-koffie nog leefde. De Madoerees had zoo echt gevoeld dat z'n mes grond had, iets weeks binnengleed. Meteen het Mijlmans 'em bij zich komen, doedoeken, en toen moest-ie 'n week lang wapens poetsen. Krissen, messen, klewangs, Mijlmans had n uitgebreide collectie. Mijlmans ging zelf in 'n dekstoel liggen, en de Madoerees zat neergehurkt ernaast, te poetsen en te slijpen tot 't zweet van z'n kop hep. Dat was meteen de laatste keer. Sedert gold-ie voor onkwetsbaar, beefde elke inlander voor 'em. Sjeitan, de Booze noemden ze 'em. Wie zich tegen 'em verzette, stortte zich m t verderf En mijnheer Mijlmans bleef dezelfde, even gesloten, even onrechtvaardig, even wreed. Zelfs als er passagiers aan boord waren, bleef ie in z'n hut verschanst, moest de eerste officier de honneurs an tafel waarnemen. In z'n hut gebruikte bij z'n eten. Bij 't minste dat er an de bediening haperde, gooide hij bord of schaal met mhouden-al in 't gezicht van de brenger. En 's avonds zaten de jongens bij de pantry met 'n tolletje te dobbelen wie Toean Sjeitan z'n eten moest

brengen. ^_ _ .

Bert ghmlachte toen Pons ophield met vertellen, 't Was stil geworden om hen heen. Zij waren de eenige plakkers. Hun bediende stond slaperig in de verlichte bres van het deurgat der biljartkamer.

— Nog 'n slaapmuts voor we opstappen? offreerde Buurloo.

— Nee, niks.

De regen was opgehouden. Het drupte nog onder de fijne blaadjes der tamarindeboomen. Ver weg, in de warongs der dorpsstraat werd gefeest en gedronken bij het dof-rosse schijnsel van olielampen. Een tokkèh, ergens in 'n boom, tokkelde klaaglijk z'n roep, vier maal, met geaccentueerde tusschenruimten, de laatste kreet uitstervend als smartelijk kreunen van een kind.... 90

a

90