is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de tropenzon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ronddraaiend den koperen kap tot de nokken van de bajonet-sluiting bekten in de gleuven, tilde hij het ding pmhoog....

Toen was 't of bleef de adem hokken in z'n keel. Boven het achterschip, uit de lange luchtkokers van niim-vijf dansten vonken, krulde 'n vlam met spookachtigen gloed in den wijden trechtermond van den bakboordskoker.

BrandI

Een matroos kwam ademloos-hijgend de brug op.

— Stiiman! Brand! Achteruit! Der komp' rook uit de presenning van vaif!

De ouwe was al boven.

— Brand! Brand! schreeuwden ze aan dek.

Allehens kwam erbij. Niemand hoefde 'n aansporing. Ze volgden de leiding der officieren, snel, pootig, zonder vragen. De onguurste kankerpitten, de lastigste dwarsdrijvers jompten toe als haantje-devoorste, impuls van het Arische bloed dat in tijd-van-nood met onverklaarbare tegenwoordigheid van geest tot drieste krachtsontplooiing drijft.

— Water aan dek!

Het commando was nauwelijks noodig. De pijpen van de dekleiding trilden onder den enormen druk der pompen: centrifugaal, duplexpomp, hulpvoedingpomp, alles wat water persen kon stond bij. Slangen werden uitgerold, opgekoppeld, straalpijpen aangezet.

Toen vlamme-krulde een vuurtong door één hoek van het luikhoofd.

— Ópen de boel en water erin, commandeerde kapitein Bakker. Luik afsluiten gaat niet meer, vervolgde hij zachter.

— En de luchtkokers dicht. Alle ventilatie stoppen. Alleen het luik openl

— Gooi open jongens! donderde Buurloo.

Zelf ging hij vóór, sprong naar het luikhoofd, klopte mêe keggen uit de lippen, rukte aan prosennings, smeet het eerste luik kantelend open en opzij. Een wolk van smook en vuurgloed kwam uitbraken. 130

130