is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de tropenzon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de haven-nauwte zwaaide het schip, tusschen rondom schepen-inde-laag, vóór de beide ankerkettings uit den boeg, het achterschip naar de steenen pier-muren met stijf-gesnoerde trossen daarop vastgemeerd. Kolenhulken vol zwarte brandstof lagen er, open houten lichters en ook de kale romp van een afgetuigd zeilschip.

Een locomotief gilde telkens luider snerkend, aanrommelend vanuit de begroeide kust met verspreide huizen in het Oosten, waar de baai verder boog. Later stommelde de trein af en toe te voorschijn in de stad tusschen pakhuizen langs den waterkant, om beurten dempend en weer schriller opgülend het aanhoudend fluiten.

Het steenen fort op den piermuur van de Port du Commerce loste een schot, verblindend-uiteenspattende lichtflits gevolgd door traaggrijze kruitdamp, dan scherp-ploffend, pijnlijk-knallend in de ooren het geluid.

Signaalhorens van soldaten in hoog-koperen gamma over het water. Muziek gonsde vaag uit de verte aan, en op de pier kweelde gaaf-trillend een occarina.

Toen de „Zoetermeer" voorbij de kolenhchters haar ankers in de modder had geplompt, en de trossen op den piermuur er stijf-tegenin gehieuwd, zei kapitein Bakker tegen Buurloo:

— Ik ga vanavond an wal eten. Een invitatie van de agent. Blijf jij an boord of de tweede?

— Ik blijf in boord, zei Buurloo. De tweede is hier nog nooit in wal geweest, wou graag vanavond.

— Als je zin hebt, kun-je morgenochtend nog wel even in wal gaan. We varen niet voor 'n uur of twee 's middags. Morgenochtend zeven uur beginnen we te bunkeren. Dat is gauw genoeg klaar. Maar ze hadden in de machinekamer nog 'n karweitje.

Buurloo wenschte den kapitein een plezierigen avond.

Voordat hij slapen ging, stond Bert naast z'n hut aan dek, keek naar de ankerlichten van de schepen, de roode en de witte vlam van de vuurtorentjes, en naar de lichtjes-stapeling der stad met de rij lage gele lichten langs de haven-boulevard, als zigzag-rimpelende, steeds-

197

197