is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de tropenzon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IX

Quoth the Raven, „Nevermore".

A. E. Poe.

Nog nooit had 'n reis hem zóó lang geduurd. De reis duurde lang: oorlogstijd, oponthoud in de Downs, veel havens in Indië, meermalen aanhouding door Fransche of Engelsche kruisers, slechte kolen. Maar dat was niet wat hem kniezen deed op eentonige avonden in den Indischen Oceaan, steeds tusschen Poolster en Zuiderkruis doorvarend. Bert merkte dat-ie doof werd.

Hij had er 'n tijd aan getwijfeld, telkens bij de gesprekken moeten vragen „wat?", „wat zèg-je?", „ik versta-je niet!" Hij 'ging zich aanwennen om de menschen naar hun mond te zien als ze iets zeiden. Dan kon-ie zichzelf wijsmaken dat 't toch zoo èrg niet was, en dan hoefde hij niet telkens te hooren, dat plagend-hinderlijke „je lijkt wel doovig", of „jij mag je ooren wel e's uit laten spuiten." Door den eersten machinist, en later nog eens door kapitein Bakker het hij z'n ooren uitspuiten. Geen resultaat. Boor-glycerine indruppelen, een recept van den kapitein, hielp ook al niet. Meer eraan prutsen dorsten ze niet.

— Heb je 'r nooit eerder last van gehad? vroeg de ouwe.

Niet dat-ie wist. Voordat hij examen voor z'n eersten rang deed was hij nog goedgekeurd.

Op 'n Platvoetwacht in de Golf van Aden hoorde hij niet eens, dat de ouwe wat tegen 'em zei. Ze voeren dicht langs de Afrikaansche kust bewesten kaap Gardafui. Bander Alula, een Somah-dorp van enkele blank-vierkante gebouwtjes, een fort en honderd hutten> was dwars. Door den langen kijker keek hij naar de lage zand-kust en het wazige verloop van heuvels erachter. Op het strand getrokken lagen bootjes, en ten anker in zee eenige dhows met schuin ópstekende sprieten, waarschijnhjk Arabieren die hier lappen en levensmiddelen kwamen ruilen tegen gom, myrrhe, ivoor, spons of struisveeren.

— Sta-je te kijken of je geen roovende^stammen uit 't binnenland ziet komen? vroeg de kapitein.

217

217