is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de tropenzon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit het jachtig gedrang van de tochtig-donkere vestibule, kwamen ze in den scherpen schijn van daglicht uit een hoog-grijzen winterhemel boven het Stationsplein. Tusschen de belegerende drom wachtenden, witkielen en hotel-auto's door loodste hij haar tot waar de donkere, bruin-met-blauw gelakte trams blokten.

Vroeger kreeg-ie hier altijd zoo'n prettig gevoel van thuis-zijn als-ie de trams weer zag, en Amsterdam vóór hem opende, die groot- steedsche gaping van het Damrak met het stoer-sobere Beursgebouw tusschen de smalle, vuil-donkere, ouderwetsche gevels in saamgeschoven rij aan den buitenkant. Nu zag-ie niets dan de straatkeien, en naast zich de plooien van Go's mantelpak.

Naar lijn-één hep-ie, instinctmatig bijna.

— Nee Bert.... Je gaat toch eerst met mij mee?

— We zullen meteen op de tram stappen, niet?

— Ja maar.... Diè moeten we toch niet hebben 1 Ben-je de weg vergeten in Amsterdam? .... Je doet zoo verstrooid....

— .... Wat?

Hij kreeg 'n kleur, voelde dat-ie gek deê.

— .... ik wil zeggen, ga even met mij mee eerst, zei hij. Thuis hebben ze me nog niet gezien....

— Ja maar ....

— Ga nou mee. Ik moet-je nog wat vertellen....

Heel den tijd onderweg wist-ie nog 't te verbergen. Langs den wijden leegen Voorburgwal waar de tram zonder stoppen doorsnorde tot achter het Paleis, en van het Paleis tot het Spui. Door het gestremde verkeer op het asphalt tusschen de glas-en-zilver-spiegeling der Leidschestraat-etalages, waar de tram wachten bleef telkens op de grachtbruggen. En over den breeden, gedempten Overtoom, waar oude huizen als verdrukt stonden tusschen al het nieuw.

Daar kwam de buurt op het ênd, dezelfde valbrug nog, de Kostverloren Wetering, de groote raderen-met-spaken op de Baarsjes-kade.

Strekkend z'n rug schrok Bert op uit z'n dommehg ineengedoken houding. Daar was hun huis.... Hij meende te zien tusschen de half-

225

225