is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de tropenzon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heel den nacht bleef de bemanning in touw, almaar sukkelen. Wachten hier, wachten daar, wachten voor de Hembrug, wachten voor de Ymuider-sluis. Schuw schoven Ze de sluis uit, het laatste stuk langs visschershaven en vuurtorens, en toen de pier-muren door, tusschen de hchtopstanden naar buiten. Achter het vlammetje van de gasboei lag de loodsboot: wit-boven-rood, en daaronder nog e's rood van z'n bakboordslicht. De loods jompte in de jol, en „goeie reis"..,.

Buurloo kreeg de wacht, de ouwe ging wat rusten. „Langs de kust houën, *n dertig mijl, en op de hoogte van de Waterweg gaan we oversteken naar de Sunk", gaf de ouwe orders.

Over de zwarte zee hep de „Vrijbuiter" voor den guren Noordenwind uit, weg van de havengloed en de vuren van IJmuiden. De wolken joegen laag. 't Zicht was klaar, Buurloo zag de lichtjes van Zandvoort, de vier schitteringen van Scheveningen-vuur, en de blink van den Hoek zag-ie al. Maar nergens schepen.

De brug was nauw, tochtig, de schuilborden klepperden in den gonzenden wind. De machine horrelde traag, zes mijl, dat hepen ze wel.

Het daglicht kwam bleek en koud schemeren over de geelgroene zee met de koppig-korte schuimgolven. Steeds volgde hij de kale, lage stranden-duinen-streep van de Hollandsche kust, in Zuidwestelijke richting.

Lichter werd 't onder den grauwen hemel en langs de grauwe kust. En nog steeds stond-ie daar bij den ouderwetsch-hoogen kompasstandaard met bolle koperen kap tusschen ballen. Aan het groote spakenwiel achter het kompas de roerganger, kleumend-weggemoffeld in muts, wollen das en wanten, wiebelend in z'n klossige klompschoenen van de kou. Scherper werd het hcht voor z'n rond-turende oogen. De nieuwe dag.... frissche morgen als je zoo'n nacht had dóórgestaan. Hij voelde zich stram, moe, z'n kleeren zaten zoo kleverig om z'n lijf, en z'n voeten leken wel bonken ijs. 't Moest weer wennen.... Veel te lang had-ie liggen roesten an den kant. Hij voer, voer!

Want overal rondom was zee, de groenig-ondiepe Noordzee met de nijdig-korte golven, die de kleine „Vrijbuiter" in rollende slingering voortjoegen naar het Zuidwesten. 238 f•

238