is toegevoegd aan uw favorieten.

De heilige graal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den ouden torenwachter gewezen weg, den gouden kam met de zijdene haren geborgen aan zijn borst...

Steeds verder ging de weg, verder en verder, als eindeloos

Doch zoo vol van hope en van zoete gedachten, bemerkte Lancelot niet hoe vloden de uren in dien nacht, die altijd duister nog, eindeloos leek, als de weg, dien hij ging.

Eindelijk was de weg ten einde, zich verbreedend tot eene zandvlakte, die hooger een weinig, er lag als een plateau.

In den donkeren nacht zag Lancelot vaag voor zich oprijzen een muur, breed en lang als eene omheining, eene schutting slechts —

Op zijn paard volgde hij den muur, die te hoog toch was om te overzien, en waaraan geen einde hij dacht te komen, tot eindelijk hij hem voelde wijken onder zijn hand, als verdiepte er zich een nis, doch tastende zijne hand in de duisternis, stiet hij tegen een hek.

Opnieuw steeg Lancelot van zijn paard en, navergeefsche pogingen het te openen, leunende met zijn volle gewicht tegen het hek, duwde hij het moeizaam open.

Tusschen de wolken was de maan te v oorschijn gekomen nu, en haar stille, bleeke schijnsel wierp een

73

73