is toegevoegd aan uw favorieten.

In de verstrooiing

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had ik enkele vrienden. Die hebben haar die laatste maanden ondersteund. Hier mocht ik soep halen, daar anderen voedzamen kost. 't Was alles tevergeefsch, ze was opgeschreven. Over beter worden heb ik me nooit illusies gemaakt. Dat interen van het bruine lichaam was iets verschrikkelijks. Allengs werd ze weer een kind van aanhankelijkheid. De laatste dagen leefde ze in heete koorts. Den heelen dag huilde ze voor zich heen, in haar eigen land wilde ze sterven. Buiten kennis stamelde ze toen woorden, die ik nooit had gehoord. De vroegste kinderherinneringen schenen boven te komen. Dat ontwortelde hadden wij gemeen. Geen van beiden sprak ooit over het verleden in het geboorteland. Allebei waren we schipbreukelingen. Aan hetzelfde wrakhout klampten we ons vast. In 't begin meende ik, dat ze me naar beneden trok. Ik wenschte geen duurzame verbintenis. Van mij begreep ze niets. Dikwijls ben ik hard voor haar geweest.

— Je kón hard zijn.

— Ik ben het nog. Ten opzichte van Francine heb ik 'tme verweten. Ajasji noemden de kennissen in de/?ofondehaar. Zij zelf zei, dat het een verzinsel was, ik mocht haar zoo niet noemen. De Rotonde was haar markt, waar ze klanten opdeed. Ze was wel zoo verstandig, de grens tusschen de gebondenheid van het model en eigen particuliere vrijheid scherp te trekken. Los heeft ze, zoo ver ik weet, nooit geleefd.

— En nu... ?

— Er zijn enkele menschen, die zich voor mij interesseeren. Mijn zenuwen zijn niet meer tegen dagelijksch werk bestand. Je glimlacht, je denkt: „een makkelijk ekskuus, je hebt altijd op anderen geparasiteerd..." Je heb gelijk, mijn leven is één rechte lijn geweest, van mijn jeugd af aan heb ik geweten.

16