is toegevoegd aan uw favorieten.

In de verstrooiing

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Weer keek Laura angstig om zich heen:

— Let toch op je woorden. Je weet nooit, of er geen Hollanders in de buurt zijn.

— Wat heb ik miszegd... ? Je zoekt er wat achter.

— Dat tatoyeeren moet je laten, Frits. Je bent er te oud voor.

— Idioot.

— He, he... Denk toch, tegen wie je spreekt.

— Je bent aanbiddelijk van gekkigheid. Afleidend begon ze:

— Dus... Attistepeintre...?

— Hij heet Mathieu du Traz. Hij woont op een hofje, Impasse noemen ze dat hier, midden in de huizen, maar je denkt je op het land. Die stilte en de boomen en die lage, wrakke huizen, allemaal ateliers.

— En die meneer du Traz, weet die er een atelier... ?

— Heelemaal niet. Hij woont daar landelijk, een heel huisje. Hij en zijn vrouw, ze zijn maar met zijn beiden. Twee kamers staan leeg. Oom Rudolf zou er kunnen intrekken. Mathieu en Marguerite zijn brave menschen, ik heb ze eenige malen ontmoet. We eten wel eens met zijn vieren in de stad.

— Zou meneer du Traz willen... ?

— Waarom niet... ? „Hij" is toch niet lastig ?

— Rudolf is op zijn vrijheid gesteld. Ik weet niet of hij weg kan van waar hij nu is.

— Stel het hem zelf voor, neem hem mee naar het hofje...

— Op één voorwaarde...

— En die is... ?

— Dat u vanmiddag met Suzanne boodschappen gaat doen, terwijl ik me met Rudolf onledig houd.

40