is toegevoegd aan uw favorieten.

In de verstrooiing

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— „Dankbaar"...

— Daar is Suzanne weer. 't Is een genot, met haar te winkelen. Ze heeft slag, ze is geduldig en wat heeft ze een smaak. En voortvarend als het pas geeft... Dag kind. We zitten kwaad van je te spreken.

— Suzanne, mama en ik hebben afgesproken, dat wij, jij en ik, morgen Mathieu en Marguerite op de komst van oom Rudolf gaan voorbereiden. Dan kom je iets later op bureau. Dat hindert niet, he ?

— Wel nee.

Den volgenden ochtend klopten ze al vroeg bij du Traz en vrouw aan. Marguerite deed open in een hardgroene ochtendjapon, het haar in een vlecht op den rug. In een vaart van jongensachtige blijdschap haalde ze hen binnen.

— Hemel, jongens, jullie daar? Hoe vroeg is het wel?

— Is Mathieu thuis? Marguerite schreeuwde naar binnen:

— Mathieu, daar zijn Suzanne en Frits. Toen, naar hen gekeerd:

— Hij ligt nog in bed.

Van achter het scherm in het kale atelier kwam een slaperige stem:

— Wat deksel heb jullie een haast! En hij geeuwde onstuimig.

Frits vroeg den onzichtbare:

— Hinderen we ?

Vanachter het kamerschut kwam de stem:

— Ben je gek. Marguerite, de menschen hebben natuurlijk nog niet ontbeten.

51