is toegevoegd aan uw favorieten.

In de verstrooiing

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en muziek. Fantaseeren op de piano was zijn lust. Dit deed hij slechts voor enkele ingewijden. Zij behoorde daartoe niet, maar dit begreep ze: met hét te forceer en zou ze de verhouding enkel schaden. Immers had ze geen klagen j dichter dan Frits en Ina voelde ze Max aan haar hart. De jongen had een argelooze teeder heid. In zijn tegenwoordigheid voelde ze zich grof. Bij een ander zou dit hebben gestriemd, van Max verheugde het haar. Zelfs wat daarin voor haar eigenliefdekwetsend was scheen nu te streelen. Immers versterkte het de overtuiging, dat Max een zeer bizonder mensch was, dien zij had voortgebracht.

Soms stemde dit haar tot een dankbaarheid, waarvan het tegelijk innige en onpersoonlijke haar leerde, dat ze geen mensch, maar een macht gold, die het menschelijke te boven ging. Die deemoed sloot aan bij wat de zwakte van den jongen Max in dagen van crisis haar had ingeboezemd: het geloof aan God. En die kinderlijke gevoelens opnieuw waren haar vertrouwd uit eigen kindertijd, toen vader eiken ochtend en eiken middag en eiken avond aan de bespreide tafel een bijbelhoofdstuk las.

Dit alles ging haar door het hoofd, terwijl Max vertelde:

— Ik heb Matilde Ruyckhaver onlangs in een plantsoen in de stad ontmoet. Ze zat op een bank naast de mijne met twee kleine meisjes. Die vroegen me, of ik hun springtouw kon ontwarren. Ik heb u verteld, dat ze goevernante is. Zoo raakten we aan het praten. U weet wel, erg spraakzaam ben ik niet. Dien keer vlotte het. Ik weet niet, of 't aan mij lag of aan haar. Ik keek haar aan, zij mij. Er ging iets in me open als een bloem, 't Is gek, je die dingen later te realiseeren.

— Waarover praatten jullie... ?

5—675

65