is toegevoegd aan uw favorieten.

In de verstrooiing

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Land, dat voor haar belofte moest blijven. Zijn verrukking, zijn hopen en zijn drang zich aan Matilde weg te geven, moesten haar hebben geschrijnd.

Die dagen bracht hij dolende door, overdag in de buurt van de hut en 's avonds in de stad. Den avond van Ina's tweede antwoord thuis komend, vond hij op tafel een brief. Matilde's hand, ze was hier geweest...!

De inhoud lichtte in: dien avond was ze alleen naar boven geklommen. Tom Poels, de neef, was weg. Waarom ze niet eerder iets had laten hooren... ? 't Was te lang en te ingewikkeld om het te schrijven. Nu was ze nog even naar buiten geloopen in het nachtelijke bosch. Hij moest zich niet ongerust maken, voor 't geval hij weer vóór haar thuis was. Naar hij bemerkte had ze zich zijn inbreek-les ten nutte gemaakt. Vroeger had hij haar gewezen, hoe ze altijd binnendringen kon. Het briefje eindigde:

„Straks praten we nader. Jij moet beginnen me alles te vergeven. Ik ben toch niet zoo flink als je uit het bovenstaande kan hebben opgemaakt. Matilde."

Een nieuw gevoel beving hem: verantwoordelijkheidsbesef. De schok dezer verrassing verlamde geen oogenblik zijn bedrijvigheid. Zelfs leek haar komst de bevestiging van een zich zelf nauwelijks beleden voorgevoel.

Binnen ontstak hij alle kaarsen. Toen posteerde hij zich met een lichtbak vóór de deur. Hij riep, hij schreeuwde haar naam: de klank verklonk.

Daarna stapte hij met de felle lantaren het bosch in. Af en toe riep hij denzelfden naam, maar weer tevergeefs. De onrust dreef hem schielijk weer naar huis. Op den divan lag — 't was het eerste, wat hij zag — een blonde haarvacht. Ma-

75