is toegevoegd aan uw favorieten.

In de verstrooiing

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In gedachten knikte ze toestemmend.

Een poosje hepen ze zwijgend door den heeten nazomernacht. Hun looden voeten slipten over de steenen. Er stond een bank, waar ze zich op zetten. Toen begon zij zonder hem aan te zien:

*— 't Is geen bravoure. Aan een huwelijk tusschen ons beiden heb ik nooit gedacht. Ik voor mij, ik deug er niet voor, nóg niet, misschien nooit. Nu jij je van me wil vrij maken...

— Ik wil me niet vrij maken. Ik wou alleen maar zeggen, dat ik van je hou, van dien avond af vóór je vertrek naar hier. Ik ben volkomen rustig, ik heb geen bijgedachten. Ik hou van jou, omdat jij bent zooals je bent.

— Dus...?

i— Geen dus. Afwachten.

Ze stonden op, ze hadden niets meer te zeggen. Langzaam hepen ze naar het hofje terug. Vóór het hek zei Matilde: <— Mijn voornaamste zorg is, dat ik nog geen baantje heb. <— Ik zal nog eens uitzien. Zij stak hem de hand toe en zag hem vast aan. ~ Geen hersenschimmen meer?

Hij knikte ontkennend en liep haastig heen. Toen wierp ze als een bloem een kushand hem na en ging de poort binnen.

183