is toegevoegd aan uw favorieten.

In de verstrooiing

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Frits, anders tegenover haar liefde, want dat zij de hef de volkomen had overmeesterd en deze nu in haar dienst stond als een macht, die tegelijk onbetwist de meester was en buiten wien geen leven denkbaar bleef. Ze zei:

— Ik ben je erg dankbaar, dat je me dit bezorgd hebt, zoo lang als het duurt.

En hij:

— Hoe bedoel je dat, „zoo lang als het duurt" ?

— Op het oogenblik gaat alles prachtig tusschen Wanda en mij. Ik weet niet, of 't zoo blijft. Ik weet niet, of ik 't hier den winter uithoud.

Samen gingen ze Til's huisje rond. Alles legde ze uit en daarna ging ze naar Wanda's woning, om te zien, of die al op was. Marie-Louise het haar op de slaapkamer, mevrouw was nog te bed. Wanda noodigde hen beiden te dejeuneer en. Of dat niet lastig was, vroeg Matilde. Heelemaal niet, meneer Staab had een sympathieken indruk op haar gemaakt, Wanda wilde hem graag terugzien en hem danken voor de voldoening, die hij haar had bereid met Matilde aan te bevelen.

Met die boodschap kwam Til bij Frits terug. Nog een uurtje, moesten ze rekenen, dan zou de lunch gedekt staan. Dien tijd, meende Til, moesten ze buiten in het park doorbrengen. Het was een koele dag met zon-door-wolken, een zilverigen schijn, waardoor soms regenbuien kwamen heengedreven, en dan weer vonkte het loof in milden glans en uit den vochten grond stegen dampige geuren.

Matilde was er trotsch op, hem door deze schoonheid te kunnen rondleiden. Tot nu toe was zij altijd de minste geweest, althans naar het uiterlijke. Nu moest hij haar volgen.

Ze voerde Frits naar het glooiende grasveld achter het

194