is toegevoegd aan uw favorieten.

Izdubar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koning, vragende zijn oogen, wist zijne woorden niet

— Izdubar, vleide toen haar stem, lokkende van diepen klank als van zoetste geluiden optooverende klokjes, Izdubar, eerste koning van Babyion, ben je niet eenzaam hier in je paleis?

Eenvoudig van ziel en gedachten doorzag hij den zin harer woorden niet Hij begreep niet waarom zij, nu voor het eerst, in den nacht tot hem kwam, vragende naar zijne eenzaamheid» Hij dacht dat zij hem toornde, dat zij boos en bedroefd om den dood van haren gemaal ergens mokte in het paleis, verborgen, misschien wel booze plannen smedend tegen hem, die hij zoo niet verhoedend dan toch later fnuiken zou. Nu kwam zij, vriendelijk vragend, terwijl daar verre — maar waar dan toch? — geheimzinnig speelde die tooverfluit, en omdat hij niet wist wat anders haar te antwoorden, zeide hij eenvoudig:

— Yvelene, Istar, je zuster, bleef, te zwak nu voor deze nieuwe, plotse verandering hier in heur leven, in ons oude paleis. Neen, eenzaam voel ik mij niet, want al is zij niet zelve bij mij, hare gedachten toeven hier gelijk de mijne ginder, en van verre toch immer naderkomend, als een vrije vogelvlucht elkaar ontmoetend.

Zij lachte hoog op, een beetje schel, met eene ironie, die hij niet bespeurde. En dichter nog naderde zij hem.

62