is toegevoegd aan uw favorieten.

Izdubar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wonen de winnaars en de onverslagenen, wonen de dichters en de groote koningen, wonen de hellemonsters, die daar dienen de machtigste goden. Het is de woning van Etana en de woning van Ner, de Koningin der onderwereld Ninkigal troont er, de oogstgodin, heur moeder, verdeemoedigt zich voor haar, en geen weerstaat den zoeten, peilloozen blik harer oogen, Haar wil ik naderen, en door ontferming bewogen, zal zij mij

aanzien,

tot u weerstralende mijne eindelijke wraak,

zonder dat ik, verwonnene, te komen behoef

uit het land, waaruit geene levende ziel weerkeert.')

Van tusschen de hooge verdedigingstorens der stad, daalde Istar af den muur, de hem ingehouwene treden volgende langs de waterpoortwelvingen tot zij weêr stond aan den oever der rivier.

Hier leidt een verborgen, geheime uitgang naar de gang, die onder het bedde doorgegraven de beide rivieroeverpaleizen weêrzijdsch verbindt, doch met vele later geboorde vertakkingen een ondergrondsch netwerk vormt van gangen en gewelven met open vakken, als de straten en pleinen van een verborgen, lichtlooze stad.

In deze katakomben daalde zij, den vreemden on-

1) Deze zang van Istar is niet louter f antazie van den schrijver alleen, doch eene eenigszins vrije vertaling van de zevende der spijkerschriftplaten, 4e kolom, die de legenden van Izdubar verhalen.

96