is toegevoegd aan uw favorieten.

Izdubar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En Heabani antwoordde hem:

— Wat Istar tot je dreef, Izdubar, is moeilijker te ontraadselen, dan de gang der verre sterren. Wat in ons, diep verborgen, woont, blijft onbekender ons dan wat wij buiten ons te zien vermogen. Heel het leven, en de daden der menschen, die telkens nieuw geboren worden zijn ons sluierverhuld blijvend mysterie. Geen zin kan, verklarend, voor ons opstralen uit hun door onbekendheid veilig omschutte wezen. Doch wel weet ik, dat zoo een drang haar dreef, die met dezelfde kracht en wil, waarmeê zij kwam tot jou, haar nu des Hades' wanden binnenstuwde, dat dan de bron en oorsprong van dat verlangen reiner en sterker ook moeten zijn, dan wij waanden. Deze dingen bedenkende, Izdubar, dwaal je heen tot den aanvangsloop des levens, die ons onkenbaar blijven moet door eersten, vroegsten ondergang.

— Waarvan verhaal je, zoo wonderlijk, mij, Heabani? Wel begrijpen het mijne gedachten, dat zooals wij de onsterfelijkheid niet bepeinzen kunnen, wij ook niet terug vermogen te gaan tot de oerputten des levens, waaruit de eerste ademen welden op. Doch welke ondergang werd door je bedoeld, waar aldagelijks ons leven ondergaat, altijddoor?

— Zooals het maanlicht valt, Izdubar, op de

123