is toegevoegd aan uw favorieten.

Izdubar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de teekens, die zij teeder en voorzichtig vasthielden, welfden zwaar en breed hunne spierheuvelige torsen op, doch daarboven, op hunne geweldige schouders rustten vreemd bij den kruisdrager een sperwerkop en bij hem, die de rol hield een breedgehoornde schaapskop.

Aan den oever van het wijde water stond eenzaam de reus nu daar.

Stilgebogen was zijne houding, als drukten zich tezamen zijne overmachtige spieren onder deze overstelpende eenzaamheid.

— Vreemde goden, bad hij smeekend aan, geef mij uitkomst, en zeg mij, waarheen Izdubar, aan dezen onoverbrugbaren waterzoom gekomen, zich wenden moet. Waar woont Hasisadra?

Doch, antwoordloos, zwegen, ontzachlijk de bronzen godenbeelden.

Het was Izdubar, wanhopig, als woelde, verwarrend, de waanzin op in zijn hoofd. En machteloos tegenover deze zwijgende duisternis en overweldigende stilte, gilde hij het smartelijk uit:

— O, zeg mij, goden, zeg mij dan toch gij, vreemde goden, waarheen ik gaan moet! Waar vind ik Hasisadra?!

Doch de bronzen goden zwegen

Izdubar. 10

145