is toegevoegd aan uw favorieten.

Thoukudides' Navorschingen : de Peloponnesische oorlog van 431 tot 411 voor C. in acht boeken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33

gedragen om, als nfj in Argos was aangekomen, krachtens het bondgenootschap de Argeiërs op te roepen om hopliten te leveren voor de schepen. Demosthenes zonden ze naar Sikejia, zoo als ze van plan waren, met zestig schepen der Atheners en vijf van Chios, twaalf-honderd hopliten van dienstplichtige Atheners der drie hoogste klassen en zooveel eilandbewoners als maar van elk eiland te krijgen waren en van de overige bondgenooten, de onderhoorigen, verschaften ze zich al wat ze er bruikbaars voor den oorlog konden halen. Aan Demosthenes was opgedragen eerst met Charikles samen om de Peloponnesos heen te varen en deel te nemen aan den tocht om Lakonika, en Demosthenes bereikte Aigina en wachtte daar op de rest van de expeditie en totdat Charikles er de Argeiërs had bij gehaald.

21. Op Sikelia kwam omstreeks denzelfden tijd van deze lente Gulippos te Surakousai met een leger zoo tabrijk, als hij het maar had kunnen krijgen van al de steden, die hij had overgehaald. Hij riep de Surakosiërs bijeen en zeide dat het noodig was zooveel mogelijk schepen te bemannön en een zeeslag te_wagen; want hij hoopte hiermee een voordeel m den oorlog te behalen wel evenredig aan het gevaar. Vooral Hermokrates steunde hem om hen aan te sporen niet te schroomen met de schepen een aanval op de Atheners te doen, zeggende dat genen ook van huis uit geen zeevaarders waren en dat ze de zee niet voor alle eeuwigheid in bezit hadden, maar dat ze feitelijk nog meer vasteland-bewoners waren dan de Surakosiërs en dat ze, alleen door de Meden gedwongen, zeevaarders waren geworden; dat op zulke vermetele menschen als de Atheners nog vermeteler tegenstanders den geweldigsten indruk maken; want datzelfde, waarmede dezen'hun evenmensehen1 bang maken, namelijk niet de macht, Waarin

3

Gulippos terug te Surakousai.