is toegevoegd aan uw favorieten.

Thoukudides' Navorschingen : de Peloponnesische oorlog van 431 tot 411 voor C. in acht boeken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

65

scherming was. Maar Astuochos had er wegens zijn vroegere i bedreiging niet veel zin in; toen hij echter zag dat de bondgenooten er wel toe bereid waren, had hij er zich toe opgemaakt om te komen.

41. Op dat pas komt bericht uit Kaunos dat de zevenen-twintig schepen en de gemachtigden der Lakedaimoniërs I er zijn; hierop geeft Astuochos den tocht naar Chios op | en zet koers naar Kaunos, van oordeel zijnde dat al het andere hier aan ondergeschikt was, zooveel schepen bij elkaar te halen dat zij meester op zee zouden zijn en te zorgen dat de Lakedaimoniërs, die waren gekomen om hem op de vingers te zien, in veiligheid konden oversteken.

Bij het langs varen doet hij een landing op Koos, vroeger Meropis genaamd, en verwoest de stad, die niet ommuurd was, en door een aardbeving, de ergste, die hun bij menschen heucïenis is overkomen, was omvergeworpen ; de menscheriywaren naar het gebergte gevlucht en het land liet hij afloopen en daar alles buit maken [behalve de vrije menschen; dezen liet hij loopen. Uit I Koos kwam hij 's nachts aan te Knidos en hij het zich overhalen door de Knidiërs, die hem dringend raden zijn manschappen niet aan wal te zetten, maar, zoo als hij was, dadelijk op te varen tegen de twintig Atheensche schepen, die onder bevel van Charminos, een van de strategen uit Samos, loerden op de zeven-en-twintig schepen, welke aan I kwamen varen uit de Peloponnesos en ook door Astuochos gezocht werden.

De mannen op Samos hadden namelijk al uit Melos l) vernomen dat zij aan kwamen varen en de wacht van Charminos was verdeeld over Sumé, Chalkis, Rhodos en

1) Zie 39. einde. ,

5