is toegevoegd aan uw favorieten.

Schriftcritiek en schriftgezag

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III

HET GEZAG DER HEILIGE SCHRIFT.

't Is van het allergrootste belang, dat wij goed verstaan waar het bij het Schriftgezag om gaat. Juist omdat het in onzen

e}(Ll°° wecr flaat ovcr de vraa9: Wat moeten wij onder bchriftgezag verstaan? Zeker, die vraag is van ouden datum. Maar tegenwoordig heeft zij toch een bijzondere beteekenis De atheïsten, die vroeger, als de Dageraadsmenschen van onzen tijd, het gezag van de Schrift openlijk loochenen en bespotten toonden duidelijk hun goddeloos werk, zoodat de oogen van Uods volk daar genoeg voor open waren. Doch in onzen tijd zijn er velen, die voor 't oog ernstige christenen zijn, die belijden m geloofsgemeenschap te staan met den levenden Jezus en toch aan het Goddelijke gezag der Heilige Schrift tornenr Wiet als de rationalisten. Neen zij gaan uit van het geloof en willen de wetenschap met hun geloof verzoenen. En de wetenschap dwingt immers de oude belijdenis van het absolute gezag der Schrift los te laten.

Leert men nu, dat Gods Woord in den Bijbel is, dan moet dat er uit gehaald worden. Dat Woord Gods in den Bijbel is dan de norma voor geloof en leven. Niet dus het geheele Woord. De mensch moet uitmaken wat Gods Woord is. 111 T^*, dus teexom: „Wie zal autoriteit zijn, voor wien zal alles bukken, voor God, Die een Woord gaf in deze wereld, ot voor den mensch, die in de wereld tracht te heerschen? Heteronomie of autonomie? Komt alle gezag in de wereld uit die wereld zelf op, dan spreekt het van zelf, dat ik met een bcnnft, die zich aandient als het Woord van God. Die buiten en boven de wereld staat, niet te maken heb. Wie gelooft, dat de zonde is afval van en opstand tegen God en wie dat karakter van de zonde telkens weer aan het licht ziet komen, moet wel verwachten, dat verzet tegen het gezag der Schrift onophoudelijk opkomt, in allerlei vorm, in en buiten de gemeente".62)

„Het gaat hier metterdaad om het gezag. Gezag is daar waar een macht buiten mij tot mij komt en ik haar recht van" spreken erken, zoodat ik mij verplicht acht te doen, wat ze gebiedt, en te gelooven, wat ze zegt. Zoo staan gezag en waarheid met elkander in het allernauwste verband. De waarheid Kan nog ontbreken, als het alleen gaat om het gehoorzamen aan een bevel, waarvan ten slotte de goedheid en de doel-