is toegevoegd aan uw favorieten.

Schriftcritiek en schriftgezag

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V.

SCHRIFTGEZAG EN GELOOFSERVARING.

De Schriftcritiek wil van zulk een Goddelijk gezag der Heilige Schrift niets weten en evenmin van den grond des geloofs. gelijk wij omschreven. Vooral werpt men ons tegen, dat wij er een Bijbelgeloof op na houden; dat volgens onze belijdenis de religie leer is, die bewezen en aangenomen moet worden. Maar van de levensgemeenschap is dan geen sprake. De herstelde verhouding tot God in den Geest'komt dan niet uit. Waar büjft de levens-, de geloofservaring? Leer en nog eens leer is de gereformeerde religie, maar 't leven wordt gemist. Er is geen sprake van ervaring.

Naast de etischen spreken alzoo vele gemoedelijke christenen. Zelfs gaat men zoo ver, dat een Schriftuurlijke preek verworpen wordt als „bloote letterkennis" en een bestrijden van de verkeerde gronden van het geloof is dan vijandschap tegen het leven Gods.

Hoe staat het dan met deze dingen ? Welke is de verhouding van de Schrift en de evaring ? Of hoe is het verband ? Natuurlijk niet los gedacht van het getuigenis des Heiligen Geestes, maar door dat getuigenis.

Laten we dan dadelijk uitspreken, dat zielservaring van de grootste beteekenis is en onmisbaar ook voor het geloof. Geen plant kan leven zonder wortel, waardoor ze steeds gevoed wordt. Zoo moet de zielservaring immerdoor vastigheid en voedsel geven aan het geloof. Zonder haar kan het geloof niet blijven bestaan, niet blijven leven. Niet te zeer kan daarom de waarde der zielservaring ook voor het Schriftgeloof in het hcht gesteld worden. Want een geloof zonder diepte, zonder vastigheid en leven in de verborgenheid van het innerlijkste zielsbestaan, kan zich niet handhaven tegen de aanvallen, waaraan het van buiten kan komen bloot te staan, en verdort, als de zon van wereldsche verhitting het bestraalt. Daar moet diepte van geloofsleven zijn in en uit de Heilige Schrift; dat is onontbeerlijk; 122)

De geestelijke ervaring is in zichzelve, als geestelijke werkzaamheid, als zielsbevinding, als zielsactiviteit ledig en zonder inhoud. Ook daarom kan de ervaring nooit de grond zijn, gelijk o. i. terecht is opgemerkt.123) Maar, zoo werd verder geschreven, de eigenlijke grond voor het geloof is datgene wat