is toegevoegd aan uw favorieten.

Schriftcritiek en schriftgezag

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

49

maar doodelijk venijn! Ook hier geldt het: tot de wet en de getuigenis. Ook ons innerlijk leven moet staan in het hcht van Gods Woord. Dat Woord alleen is de maatstaf, zooals het Woord ook alleen de bron is, waaruit ons leven kan toekomen. De Heere, als Hij ons wat te geven heeft, neemt het uit ZijnWoord. En als wij meenen iets te hebben, dat uit het Woord niet is ontvangen, dan is het van den Heere niet, maar gestolen, goed, dat niet gedijen kan. Vooral in onze dagen met hun wind van leer, niet alleen onder hen, die van alle vreeze Gods zijn afgeweken, en vervreemd, maar ook onder het volk, dat begeert des Heeren Naam te belijden, ligt daarin juist het ontzettend groote gevaar, dat het met vrome woorden en voorspiegelingen wordt afgeleid van Gods Woord, van de echte levende bevinding, van de ware spijze, die uit den hemel is en dat men het leert zichzelven bakken uit te houwen, die geen water houden.126)

Laten we die ernstige woorden ter harte nemen. We kunnen veel aan onze zijde hebben, maar het Woord tegen. Wij denken aan iets uit Achabs geschiedenis. Achab zal Ramoth belegeren. (1 Kon. 22). Hij had recht op die stad. (1 Kon. 20 : 24) Zij zou worden teruggegeven, doch 't was niet geschied. Koning Josafat, de man, die deed wat recht was in Gods oogen, de koning van Juda, zou mee optrekken. De 400 profeten van het goede getuigen in den Naam van Jehovah, dat Achab zeker zal overwinnen. Daar komt Micha, de zoon van Jimla. Hij staat voor de tronen van Achab en Josafat. Deze profeet ontving licht uit den troon Gods. Hij had de Godsopenbaring aan zijn zijde. Hij kondigt de ontzaggelijke nederlaag aan . . .

Maar Achab gelooft Gods Woord niet.

En . . . Gods pijl treft hem doodelijk.

Naar Gods eigen Woord, gesproken door Elia.

Denken we hier niet gering over. Ontroerend veel geeft dit ons te leeren. Wij kunnen formeel gelijk hebben, naar den vorm kan alles juist zijn: een schoone, rechtzinnige belijdenis; een zedelijk, kerkelijk, godsdienstig leven hebben. Honderden kunnen in Gods Naam ons prediken, dat we gelijk hebben; dat het met onze ziel goed staat en we op weg naar den hemel zijn. Ach er zijn zoovele profeten (en profetessen) van het goede nog in leven. Zelfs kunnen Gods kinderen een eind met ons optrekken. En toch . . . Gods Woord hebben we tegen. Dat oordeelt en veroordeelt, wat wij dan voor goed houden. Gaan we toch door, volharden we tegen het Woord, dan zal Gods pijl ons doodelijk treffen. Voor eeuwig. Naar Zijn eigen Woord.

Men zij toch gewaarschuwd.

Valsche bevinding kan zoo schoon schijnen. Naast bet werk

4