is toegevoegd aan uw favorieten.

Schriftcritiek en schriftgezag

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

50

Gods, ligt het werk des menschen, des satans. Naast de liefde Gods treffen we de valsche eigenliefde aan. Vlak bij de Godzaligheid treft ge de vleeschelijke vroomheid, die ten verderve voert. De valsche bevinding schijnt soms beter, echter, mooier dan de ware. Treffend werd dit eens aldus verduidelijkt:

Een kunstbloem heeft dit voor boven de echte, die God het groeien dat zij altijd hare kleuren houdt en altijd bloeit, de levende plant kent naast eene lente en een zomer ook een herfst en een winter. Zoo schijnt de kunstbloem mooier en toch verveelt zij door hare eentonigheid, door haar dood en doodigheid ook al schitteren hare kleuren. En alzoo is het nu ook met het ware en valsche leven, met de bevinding, die door God den Heiligen Geest wordt gewerkt, en die, welke de menschen uit zichzelven voortbrengen. De bevinding, die zij uit zichzelven hebben en waarmede zij pronken, gaat buiten het Woord om, de ziekelijke verbeelding of ook het leugenachtige hart bracht ze voort. Zij staat gewoonlijk te pronken met zeer schelle kleuren, zij spreekt van zeer grillige en vreemde dingen. Zij geeft zich uit voor iets zeer wijs en aantrekkelijks, voor volstrekt noodig tot zaligheid, voor levensvrucht van een zeer diep ingeleid mensch, die er zelfs de Schrift nog als een motto boven zet, en zij is in de werkelijkheid niets anders dan het uitvindsel en bedeksel van een goddeloos hart, dat van God en Zijn Woord afwijkt, dat Woord in zijn binnenste verwerpt, wijl dit een bron is van valsche leering en een werkplaats van geesten uit de diepte.

Er is maar ééne ware bevinding en deze is niets meer, maar ook niets minder dan het waarachtig beleven van Gods Woord. Achter die bevinding staat de werking des Heiligen Geestes. Achter elke andere slechts de geest van den anti-christ, waarvan de apostel zegt. dat hij nu alreeds in de wereld is. Het was de geest van den anti-christ, die de Joden deed vragen naar een teeken en de Grieken naar wijsheid, maar het is de Geest Gods, die onzen Heere Jezus Christus het woord op de lippen legde: Dit overspelig geslacht verzoekt een teeken, maar hun zal geen ander teeken gegeven worden dan dat van Jona den profeet, want gelijk Jona drie dagen in de buik van den visch was, alzoo zal de Zoon des menschen drie dagen zijn in den schoot der aarde. Dat is nog het eenige teeken, de eenige bevinding die noodig is en gegeven wordt aan de kinderen Gods, want dat is de bevindelijke, levende kennis van het groote werk, dat God doet aan des zondaars ziel om hem tot het leven te brengen. Hij wordt ééne plante met Christus in de gelijkmaking Zijns doods om ook ééne plante met Hem te worden in de gelijkmaking Zijner opstanding. Dit is de