is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginselen der chemie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch de jongste der drie, een heel jong meisje nog; een lang, slank meisje van sidderend-prille en reeds harmonieuze gestalte, — o gij, die uwe nachten doorwaakt in wrange en acute begoochelingen! —, de jongste is gerezen, naakt de schachten der schenen onder den te korten rok, teeder en hoog-welvend de heup boven de hoog-strekkende beenen, ril de rug waarboven de dunne en ronde hals eene zuile blankheid recht. Zij wendt haar boven-lijf naar u; ze heft de naakte, ranke armen de lucht in; zij beurt de jonge borst; en haar mond, haar roode, róóde mond in de groezelige vaalheid van 't gelaat waar wonder-groote oogen driest en onschuldig branden: haar mond bloeit open, 'of ze zingen wou. Zij heft het rechter-been tot een hoek; zij spant de spieren van het linker op den strekkenden punt der teenen. Maar éen blik van de oudste; éen angstig en smeekend gebaar van de tweede: met een schal stuikt ze ineen; zij wordt weêr éen met het vuil; weêr gaan hare handen ijverig krassen in de slakken.

En (mementote quia pulvis estis)

en, mijne vrienden, mijne bittere en weemoedige makkers, bijaldien gij bestaat: nü kunt gij gerust weêr naar huis toe gaan, en bij uwe knetterende heerden: gij hebt uw ochtend niet verloren.

53