is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginselen der chemie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

paadj e zij ner melodie; het ontdekte den wel-gevalligen zand-weg van eigen zang. Geschokte verbazing kon hurken gaan op het stokje der securiteit: wij waren geschikt tot luisteren.

De waard langde een stoel, en ging voorzichtig zitten naast zijn toestel. Zijne op de maat weg-enweêr, weg-en-weêr wiebelend punt-baardje bekende overoude vertrouwdheid met, en steeds herboren welgevallen in het luidruchtige deuntje. Hij neep glimlachend zijne sprietelige wimpers zacht naar elkander toe als de fluitjes en hobo's aan de beurt waren; plofte het koper open, dan ging zijn mond rond staan; en zijn vingeren werden telkens onrustig bij het rinkelen der bellen. Ik-zelf peilde de domme diepte mijner inbeelding bij 't ontrollen en horten, aarzelen en doordrijven, uitzingen en staken en insinuëeren van deze, zeker wel onschuldige, matchiche, die ongeloovig scheen voor hare eigen dubbelzinnigheid. Vol arglistige bonhomie, bood ze mij, aan zoete stem van hout en joviale bewijs-kracht van koper, de potsierlijke verzekering, dat ik toch ongelijk had; dat ik mij de zaak beslist toch veel erger voorstelde dan ze eigenlijk was. Dacht ik nu werkelijk nog aan die oude geschiedenis? Weineen, ik dacht er niet meer aan! En dacht ik er wèl aan: dan maar herbeginnen, nietwaar?; de oude geneuchten hernemen, weze 't bij ander object... En ik kreeg lust, bijna, den stoel waar ik op zat bij de leuning op te tillen, en hem in de raadplegende, dokterende rammelkas te gooien. Maar ik bedwong mij. Ik bedwong mij met schampere zekerheid. Immers, was ik hier niet gekomen tot zelfkastijding, en er, met de gretigheid eens zich-geeselenden kloosterlings, begeerig op voorbereid? Zie, dat was nu eens het Leven, het oppermachtig-schaterende,

86