is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginselen der chemie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van mijne knieën naar de zon, naar den geraniumgloed, naar al de geuren van buiten, naar heel de natuur die ik aanzuig met mijne donkere pijp die vonkt aan mijn mond en mijn mond vervult met warme woorden.

Maar er is de ijlte en de adem der ijlte. Zij leeft, om de onbeweegbaarheid heen der meubelen. Er is een zekerheid die ze omglijdt, en als een gebod. Er is geen hapering van vragen: er is als het rythmische deinen van eene wet. Er zijn trage maar onontkomelijke golven diep onder den meer-vloer en van uit de mat-effen zoldering. Men ziet ze niet, maar ik weet heel goed dat zij mijn linker-arm beletten te bewegen. Mijn linker-oor kan hun gaan en komen niet vatten, maar het staat recht, koel en wit als de rif van een scheeps-boeg in de dicht-omsloten maar door-rilde haven. Er is een wake als eene strenge liefde.

Er is mijn Engel waar ik voor schroom en die misschien treurig is. Er is dat ik mij in mijn diepste geweten niet vol-doen kan aan de druistige blijheid van daarbuiten (de pijp van den hovenier door-brandt heel den zomer). Er is een strakke toom gespannen in die kamer. Er is God. Er is ik. Er is wat nog niet zuiver is tusschen ons beiden.

126