is toegevoegd aan uw favorieten.

De codificatiebeweging in Duitschland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De uitingen, waar we tot dusverre kennis mee maakten, schrijven alle de groote rechtsverwarring toe aan de knoeierijen der rechtsbedienaren, zonder verder te onderzoeken, hoe het kwam, dat die menschen zoo'n vruchtbaar terrein vonden voor hun geknoei. Of hoogstens werd over die oorzaak een schuchtere opmerking gewaagd.

Dat onderzoek is evenwel ook ingesteld, ofschoon het initiatief in Frankrijk genomen is. Aldaar was in 1567 verschenen Franciscus Hotman's Dissertatio de studio legum, sive Antitribonianus, waarin hij betoogt, alhoewel hier en daar te zeer vooringenomen, dat Tribonianus door z'n willekeurige compilaties een haard van ziektekiemen bijeenbracht, waarmee later het rechtsleven zou besmet worden: rechtsonzekerheid

tegen de wereldlijke, en vooral geestelijke overheid. Hij komt zelfs met eén plaats voor den dag, waar het heet (evenwel in 1442!): das der Richter eyn teyl synt doctores yn dem kaiser rechten ader geystlichen rechten, und were nutze, das eyn ycklic'her Korefurste yn de» küniges hoff mit seynem solde eynen hilden,.

Hij wordt daarin door v. Below p. 67/9 bijgevallen, die nog meer nadruk legt op het feit, dat de geheele beweging tegen de vreemde doctores gericht was. Zoo wordt dan ook de tekst van Muther verklaard.

We vragen ons evenwel af, of er te dién tijde reeds inlandsche doctores bestonden, en niet allen hun hoed in Bologna of elders in het buitenland verworven hadden? 't Is waar, er bestonden Universiteiten in Duitschland, en Modderman noemt er een dozijn, maar voegt ér tevens aan toe. dat er hoofdzakelijk canonisten doceerden, én men voor Romeinsch recht nog *t liefst naar Italië ging. Pas in de tweede helft der vijftiende eeuw begon men met het Romeinsch récht aan de Duitsche Universiteiten te onderwijzen. We gelooven dan ook, te mogen aannemen, dat de beweging tegen de Doctores in het algemeen ging, voorzoover ze actief aan de practische ontwikkeling van het récht deelnamen. Dit stemt ook overeen met wat we hoven vermeldden, en met uitingen als: de juristen zijn lieden die: wo neen gebreke is, gebreke söken und maken; en: ze zijn de Stiefvatter und nit die rechten erben des Rechtes.

Men zie nog: Stintzing, Zasius p. 85 sqq, benevens Beilage II.

5) We zagen reeds hiervoor enkele citaten, waaraan we nog kunnen toevoegen: Westphal, Hoffmann l.c §§ 17 en 18, De Alcantara p. 20/21, Brunner Grundzüge p. 89 sqq. ujis si »>-•'