is toegevoegd aan uw favorieten.

De codificatiebeweging in Duitschland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cocceji's werk had niet het resultaat, dat men er van mocht verwachten, oordeelend naar de vrij sterk uitgesproken behoefte naar codificatie waarvan het zelf gewaagt. Dit heeft zijn oorzaak vooreerst in den zevenjarigen oorlog, maar voornamelijk in de grieven, die weldra tegen het wetboek opkwamen. O.a. § 28, 9 was zeer onpopulair, alsmede de verklaring dat het ontwerp absolute gelding zou krijgen (de grootste belemmering voor het codificatiewerk, zooals we reeds gezien hebben).9)

kleinere codificaties mank gingen; maar de Pruisische koning (§ 28) heeft het juiste middel gevonden in een algemeen Landrecht.

We zouden Baron hoogstens gelijk kunnen geven, dat, waar Cocceji's ideeën gelijkenis toonen met die van Hotman, dit meer een consequentie is van beider standpunt (onafhankelijk van elkander ingenomen) dan een bewuste gedachte-overname.

Analoog aan Cocceji's gedachten, maar hier en daar eenigszins anders formuleerend schrijft Schlosser in zijn „Vorschlag".

Hij zegt, dat de meeste wetgevers tot dusverre niet geslaagd zijn omdat ze alles ineens tè goed wilden hebben; hij voelt meer voor den veiligen gang, die de langzame is. Ook is men verkeerd begonnen; niet het proces moest worden verbeterd, maar de wet. Zeide niet reeds Leibnitz: In ips* legislatione latebat vitium?

Ook Frederik zelf nam herhaalde malen een standpunt in in de gedachtenwisseling, die zich rondom de groeiende codificatie-beweging afspeelde. Ook hij legt den nadruk op: in de eerste plaats heldere en duidelijke wetten, en dan pas een goed proces. De behoefte aan codificatie uit hij o.a. in de Koninklijke Boodschap van 31 December 1746, § 24. Hij bevestigt hierin O.m. de woorden van zijn vader: Wir wollen, dass überall ein gewisses Recht etabliret werde.

*) De inhoud van de gewraakte paragraaf komt hierop neer: Opdat particulieren en professoren geen gelegenheid zullen hebben de wetten te bederven door verklaringen op eigen houtje, heeft de koning op strenge straffen verboden:

le. 't schrijven van commentaren;

2e. uitweidingen over de bedoelingen der wet, voorzooverre deze aan den geschreven tekst iets toevoegen, ervan beperken of uitzonderen. De Professoren mogen dus alleen onderricht geven in het systeem en de' principes der wet;

3e. De doctores te citeeren als autoriteiten bij de processen. Met Uitzondering van bijzonder bepaalde plaatselijke gebruiken, is alleen het nieuwe

69