is toegevoegd aan uw favorieten.

De codificatiebeweging in Duitschland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echter tevens zóó geleerd wordt, dat het voor den rechter niet meer te verstaan is."

Het wil ons voorkomen, dat biter implicite het goed recht eener codificatie verdedigd wordt; het nut van de studie van het Romeinsche recht zal in onze dagen niemand ontkennen, en men zal het Savigny als een verdienste aanrekenen, dat door zijn toedoen voornamelijk het Romeinsche recht in een onverminkte gedaante zichtbaar werd voor de komende generaties; maar wiï men het Romeinsche recht bestudeeren, dan is het noodig een houvast te hebben in een eigen Codex; zóó alleen zijn de bezwaren te ondervangen, waarop hierboven in de inleiding tot het Saksische wetboek werd gewezen.

Zeer goed wordt in deze Inleiding geageerd tegen de subsidiariteit van andere rechten. „Men wil een wetboek maken inplaats van den chaos van ongeordende bepalingen, welke den besten snuffelaar maakt tot den besten jurist, een wetboek dat systematisch gerangschikt en bepaald is. Het groote voordeel, dat zal voortvloeien uit een gemeenschappelijke wetgeving voor geheel Duitschland, is onmiskenbaar. Maar, wat wil men eigenlijk van codificeeren spreken, en zich doordringen van het doel eener codificatie, wanneer men naast het gecodificeerde recht andere rechtsbronnen subsidiair laat gelden?"

Hessen was een der vele landen, waar de grondwet, ontstaan na den val van Napoleon, een stel wetboeken beloofde; ett wel een burgerlijk wetboek, een strafrecht en een procesrecht.

Aan die belofte in de grondwet beantwoordde in 1818 reeds een ontwerp Procesrecht. In Hessen had men de overtuiging, dat de onvolmaakte toestand van het burgerlijk recht en de groote rechtsverscheidenheid die heerschte in het Groothertogdom, groote nadeelen waren; en deze nadeelen konden het beste worden verholpen door gelijkvormigheid in de wetgeving, om zoodoende den band tusschen de oude en nieuwe onderdanen aan de beide Rijnoevers vaster te leggen.

Een analoge redeneering treffen we aan in de inleiding tot het Burgerlijk wetboek voor Beieren; dat is ook opgesteld om aan de oude gedeelten de lang gewenschte rechtseenheid te geven in

128