is toegevoegd aan uw favorieten.

De codificatiebeweging in Duitschland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de oude redactie rvan §4, 13° omschreven; daarna kunnen we pas gaan uitbreiden. Dit vindt echter Dr. Künzer niet noodig}: hij ziét in de gebeurtenissen ..van 1866 een explosie van ■■ het Duitsche nationaliteitsgevoel, waardoor Duitschland de plaats is gaan innemen,, die het toekomt; nu moet nog de wetgeving onder het regime der eenheid gebracht worden om de consolidatie door het toetreden der Zuidduitsche staten te voltooien. Daarom is het voorstel-Lasker-Miquél er een van zuiver nationaal belang, en we mogen de hoop uitspreken, dat het veel zal bijdragen tot de unificatie van Duitschland.

Aan het einde der vergadering werd met zeer groote meerderheid een motie aangenomen van de volgende strekking: „inplaats van het oude art. 4, 13° van de Noordduitsche Grondwet kome de volgende redactie: de gemeenschappelijke wetgeving op het gebied van het geheele burgerlijk recht, het straf- en procesrecht, met inbegrip van de rechterlijke organisatie."

In de derde vergadering werd het amendement nogmaals met overgroote meerderheid aangenomen; de Bondsraad echter liet zich onbetuigd, en daarom werd de zaak voor het Pruissische Lagerhuis gebracht, dat, door partij te kiezen tegenover het Herrenhaus, (hetwelk van het amendement niets had willen weten) in de gelegenheid werd gesteld, een getuigenis te geven van z'n Duitsche gevoelens; tevens zou natuurlijk door de autoriteit van het Pruissische Abgeordnetenhaus het gewicht van MiquélLaskers bemoeiingen vergroot worden. Daarom werd er bij het Abgeordnetenhaus op aangedrongen, dat het de koninklijke regeering zou verzoeken, haren invloed aan te wenden om door middel van de Bondswetgeving de competentie van den Noordduitschen Bond tot het burgerlijk recht uit te breiden. Als motief voor dit verzoek gold o.a. dat de rechtseenheid voor den Noordduitschen Bond ook op het gebied van het burgerlijk recht als een dringende behoefte gevoeld werd. 1 )

u) Windthorst, St. Ber. p. 725: Es ist ein offenkundiges Geheimniss, dasz der ganze Antrag nur gestellt ist, om einen Kontrekoup gegen den Antrag des Grafen Lippe im Herrenhause herbeizuführen." Graf zur Lippe had n.1.

ISO