is toegevoegd aan uw favorieten.

Hamlet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doemt voor hen op en gaat met f ieren tred I, 3, 201

Langzaam en statig langs hen; driemaal stapt hij

Langs hun door schroom en schrik bevangen oog

Op minder afstand dan zijn schepters lengte.

Zü, schier tot dril geslagen door den angst,

Staan wezenloos en spreken hem niet aan.

In bang geheim werd mü dit meegedeeld.

Den derden nacht ga 'k met hen mee op post,

Toen, juist op tijd en juist van uitzicht zóó,

Als zij 't vertelden, elk woord waar gemaakt, 310

Het spookverschijnsel komt. Ik kende uw vader,

Het leek, als dit paar handen.

Hamlet.

Maar, waar was 't?

Marcellus.

Waar wü op post staan, prins, op het terras. Hamlet.

Hebt gü 't niet aangesproken? Horatio.

'k Deed het, prins; Maar antwoord gaf het niet; toch, dacht mij, eens Hief het zijn hoofd op en het scheen wel, of 't Aanstalten maakte, alsof het spreken wou, Maar toen juist kraaide luid de morgenhaan En, op dien klank, deinsde het ijlings af En week uit ons gezicht. Hamlet.

Het is heel vreemd. 220

Horatio.

Zoo waar ik leef, vereerde prins, 't is waar. En wü bedachten, dat wü moesten zorgen, Dat u van 't voorval weet. Hamlet.

Het baart mij zorg. Gaat gü van avond weer op wacht? Horatio, Marcellus & Barnardo.

Ja, prins.

29